Faillissementsaanvraag bij een zakelijk conflict: wanneer is dat misbruik van recht?

Faillissementsaanvraag bij een zakelijk conflict: wanneer is dat misbruik van recht?

6 september 2026

Een faillissementsaanvraag kan een krachtig middel zijn om betaling van een opeisbare vordering af te dwingen. Maar wat als de schuldeiser en schuldenaar al langere tijd met elkaar verwikkeld zijn in verschillende juridische procedures? En wanneer wordt een faillissementsaanvraag dan een onevenredig middel?

Het Gerechtshof Amsterdam boog zich onlangs over die vraag. De uitspraak laat zien dat niet iedere opeisbare vordering automatisch betekent dat een faillissementsaanvraag kan worden toegewezen. Vooral wanneer sprake is van een omvangrijk zakelijk conflict en de betrokken partijen over en weer procederen, moet zorgvuldig worden gekeken naar de omstandigheden.

Een opeisbare vordering is niet altijd voldoende

Voor een faillietverklaring moet summierlijk blijken dat de schuldenaar verkeert in de toestand dat hij heeft opgehouden te betalen. Wanneer een schuldeiser het faillissement aanvraagt, moet daarnaast ook het eigen vorderingsrecht voldoende aannemelijk zijn.

In de zaak die aan het hof werd voorgelegd, stond vast dat de verzoekers een opeisbare vordering hadden op de onderneming. Die vordering bedroeg ruim € 244.000 en vloeide voort uit een uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis.

Toch was daarmee nog niet voldaan aan alle voorwaarden voor een faillissement.

Een belangrijk punt was namelijk of er sprake was van pluraliteit van schuldeisers: naast de aanvragers moesten er voldoende aanwijzingen zijn dat de onderneming ook schulden had aan andere schuldeisers.

Betwiste steunvorderingen

De verzoekers wezen op verschillende mogelijke schuldeisers. Zo zouden participanten geld hebben uitgeleend en zouden er daarnaast mogelijke vorderingen bestaan vanwege onder meer beslagleggingen en onbehoorlijk bestuur.

Het hof vond echter dat het bestaan van deze schulden onvoldoende vaststond.

Bij de geldleningen was bijvoorbeeld onduidelijk of de leningen daadwerkelijk tot vorderingen op de betreffende onderneming hadden geleid. Ook bij andere gestelde vorderingen moest eerst nader worden onderzocht of daadwerkelijk sprake was van een juridische verplichting tot betaling.

Dat onderzoek past niet goed binnen een faillissementsprocedure. Daarin gaat het om een beoordeling op hoofdlijnen: de vereisten voor faillietverklaring moeten summierlijk blijken. Wanneer voor het vaststellen van een schuld uitgebreid onderzoek naar de onderliggende rechtsverhouding nodig is, kan dat een reden zijn om het faillissementsverzoek af te wijzen.

Een faillissement mag geen strategisch drukmiddel worden

Een tweede belangrijk punt in de uitspraak is het oordeel over misbruik van bevoegdheid.

Het geschil tussen de partijen speelde al langere tijd. Er waren meerdere procedures gevoerd over de afwikkeling van een beleggingsfonds en over de vraag wie bevoegd was om het fonds te vertegenwoordigen. Partijen hadden over en weer verschillende vorderingen op elkaar gesteld.

Opvallend was volgens het hof dat niet was gebleken van externe schuldeisers die losstonden van dit conflict.

In die situatie kan het aanvragen van een faillissement een verstrekkend gevolg hebben. Een faillissement kan immers grote gevolgen hebben voor de onderneming en kan het voeren van andere procedures aanzienlijk bemoeilijken.

Het hof vond daarom dat de faillissementsaanvraag in deze omstandigheden een onevenredig middel was. De verzoekers hadden, gelet op de belangen over en weer, van de faillissementsaanvraag moeten afzien.

Wat betekent dit voor ondernemers?

Een faillissementsprocedure kan een effectief middel zijn wanneer een schuldenaar een opeisbare schuld onbetaald laat en daarnaast duidelijk is dat er meerdere schuldeisers zijn.

Maar bij een zakelijk conflict ligt dat soms anders.

Wanneer partijen al langere tijd over en weer procederen, kan de faillissementsaanvraag onderdeel lijken te worden van een bredere juridische strijd. Dan is het belangrijk om niet alleen te kijken naar het bestaan van een vordering, maar ook naar het doel en de gevolgen van de faillissementsaanvraag.

De rechter kijkt daarbij onder meer naar:

  • Is er daadwerkelijk sprake van meerdere schuldeisers?
  • Zijn de gestelde steunvorderingen voldoende aannemelijk?
  • Worden de vorderingen inhoudelijk betwist?
  • Is voor de beoordeling daarvan uitgebreid nader onderzoek nodig?
  • Zijn er andere procedures tussen dezelfde partijen aanhangig?
  • Zijn er onafhankelijke, externe schuldeisers?
  • En leidt een faillissement tot een onevenredige benadeling van de andere partij?

Eerst de juridische positie, dan het faillissementsverzoek

De uitspraak onderstreept daarmee dat een faillissementsaanvraag niet zonder risico als incassomiddel kan worden ingezet.

Een schuldeiser kan uiteraard een faillissementsverzoek indienen wanneer aan de wettelijke voorwaarden is voldaan. Maar wanneer de vordering onderdeel is van een breder ondernemingsrechtelijk conflict, is het verstandig om vooraf goed te beoordelen of het faillissementsrecht daarvoor het juiste instrument is.

Voor ondernemers kan het verschil groot zijn. Een faillissementsaanvraag kan niet alleen druk zetten op betaling, maar ook gevolgen hebben voor lopende procedures, de continuïteit van de onderneming en de belangen van andere betrokkenen.

De juridische vraag is daarom niet alleen: heb ik een vordering? Maar ook: is een faillissementsaanvraag in deze situatie een passend middel?

Heeft u een zakelijk geschil?

Bij conflicten tussen aandeelhouders, bestuurders, ondernemingen of andere zakelijke partijen kunnen verschillende juridische procedures naast elkaar bestaan. De keuze voor de juiste procedure en het juiste moment kan daarbij van grote betekenis zijn.

Avinci Advocaten is al meer dan 20 jaar gevestigd in Rotterdam. Onze advocaten zijn eerlijk, betrouwbaar en hardwerkend, denken met u mee en nemen u zoveel mogelijk zorgen uit handen. Samen bekijken we welke aanpak het beste past bij uw zaak en zetten we ons in voor de best mogelijke oplossing. Samen gaan we de strijd aan!Faillissementsaanvraag bij een zakelijk conflict: wanneer is dat misbruik van recht?