Bestuurlijke impasse in de BV: kort geding of enquêteprocedure?

Bestuurlijke impasse in de BV: kort geding of enquêteprocedure?

11 februari 2026

Conflicten binnen een BV / vennootschap kunnen in korte tijd escaleren. Zeker wanneer aandeelhouders of bestuurders in een patstelling terechtkomen, kan de besluitvorming volledig stilvallen. Voor ondernemers en juristen rijst dan de vraag welke route het meest effectief is: een snelle voorziening via de voorzieningenrechter of een enquêteprocedure bij de Ondernemingskamer. Een recente uitspraak van de rechtbank Rotterdam biedt aanleiding om deze afweging nader te bekijken.

Wanneer de samenwerking vastloopt

Bestuurlijke impasses ontstaan vaak in situaties waarin partijen in gelijke machtsposities verkeren en afhankelijk zijn van gezamenlijke besluitvorming. Wanneer één bestuurder niet meewerkt of onbereikbaar is, kan dat de dagelijkse bedrijfsvoering blokkeren. In een Rotterdamse zaak leidde een aandeelhoudersgeschil ertoe dat de voorzieningenrechter ingreep en een statutair bestuurder tijdelijk schorste.

De rechter achtte het aannemelijk dat er gegronde redenen waren om te twijfelen aan een juiste gang van zaken binnen de vennootschap. De schorsing werd uitgesproken als voorlopige maatregel, in afwachting van een procedure bij de Ondernemingskamer.

De kern van deze uitspraak is dat de kortgedingrechter bereid is om in acute situaties een ordemaatregel te treffen wanneer het functioneren van de onderneming direct gevaar loopt.

Voor de volledige uitspraak: Lees de uitspraak via recht.nl

Kort geding versus enquêteprocedure

De keuze tussen deze routes is strategisch en afhankelijk van de omstandigheden.

Een kort geding is in de praktijk vaak toegankelijk voor iedere belanghebbende en biedt een snelle voorlopige oplossing wanneer wachten niet verantwoord is. De voorzieningenrechter kan bijvoorbeeld ingrijpen om bestuurlijke stilstand te doorbreken of tijdelijke maatregelen op te leggen.

De enquêteprocedure daarentegen is een specifiek instrument dat alleen openstaat voor wettelijk aangewezen partijen en gericht is op onderzoek naar beleid en gang van zaken binnen een rechtspersoon. Daartegen staat bovendien slechts cassatie open, terwijl een kortgedingvonnis in hoger beroep opnieuw inhoudelijk kan worden beoordeeld.

De recente rechtspraak laat zien dat een kort geding een passende eerste stap kan zijn wanneer onmiddellijke actie nodig is of wanneer een enquêteprocedure niet beschikbaar of te traag is.

Praktische lessen voor bestuurders en aandeelhouders

Deze ontwikkelingen onderstrepen een aantal aandachtspunten:

  • Zorg voor duidelijke interne geschillenregelingen binnen statuten of aandeelhoudersovereenkomsten

  • Wees alert op signalen dat besluitvorming vastloopt en onderneem tijdig actie

  • Overweeg zorgvuldig welke procedure past bij het doel: snelle stabilisatie of diepgaand onderzoek

  • Laat strategische keuzes vooraf toetsen door gespecialiseerde juridische adviseurs

Conclusie

Bestuurlijke conflicten zijn niet alleen juridisch complex maar kunnen ook directe gevolgen hebben voor de continuïteit van een onderneming. De besproken uitspraak bevestigt dat de kortgedingrechter een effectief instrument kan zijn om snel in te grijpen, zonder dat daarmee de rol van de Ondernemingskamer wordt uitgesloten.

Voor organisaties die met een impasse worden geconfronteerd, is het essentieel om tijdig te bepalen welke route het meest passend is. Een doordachte processtrategie kan het verschil maken tussen verdere escalatie en herstel van bestuurlijke stabiliteit.

Voor meer informatie neem contact op: Contact – Avinci Advocaten