Ontslag van de bestuurder van de stichting door de rechter: wie is de belanghebbende?

Ontslag van de bestuurder van de stichting door de rechter: wie is de belanghebbende?

9 oktober 2019

Ontslag van de bestuurder van de stichting door de rechter: wie is de belanghebbende?

Ontslag van de bestuurder van de stichting door de rechter. Wie is de belanghebbende? Wie wordt ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot ontslag van de stichtingsbestuurder? De conclusie luidt dat de Hoge Raad de bestendige lijn over de reikwijdte van het belanghebbendebegrip bevestigt en wellicht iets verruimt.

Artikel 2:298 Burgerlijk Wetboek (BW) vertrouwt het toezicht op het stichtingsbestuur aan de rechter toe. De bestuurder kan op verzoek van een belanghebbende door de rechter worden ontslagen. De invulling van het begrip belanghebbende bepaalt in welke mate in de praktijk uitvoering kan worden gegeven aan het rechterlijk toezicht. De Hoge Raad heeft recent korte metten gemaakt met de (te) beperkte uitleg, die achtereenvolgens door de Rechtbank Den Haag en het Hof Den Haag aan het begrip belanghebbende is gegeven. Dit artikel analyseert deze uitspraken en de consequenties daarvan voor de praktijk.

Juridisch kader: artikel 2:298 BW

Een bestuurder van een stichting die iets doet of nalaat in strijd met de bepalingen van de wet of van de statuten, dan wel zich schuldig maakt aan wanbeheer of niet of niet behoorlijk voldoet aan een bevel van de voorzieningenrechter tot openlegging van de boeken of bescheiden, kan volgens artikel 2:298 BW door de rechtbank worden ontslagen. Dit kan geschieden op verzoek van het Openbaar Ministerie of een belanghebbende.

De wet geeft niet aan wie tot de kring van belanghebbenden behoort. Dit heeft gezorgd voor een scala aan uitspraken (zie par. 2 en 3) en een levendige discussie in de literatuur (zie par. 9). Aanleiding voor deze bijdrage is het arrest[1] Stichting ANV Fondsen, dat de Hoge Raad op 12 oktober 2018 heeft gewezen. De overwegingen uit dit arrest, afgezet tegen de argumenten die de rechtbank in eerste aanleg[2] en het hof in hoger beroep[3] hebben gebezigd, lijken de lijn die in de jurisprudentie is uitgezet, te bevestigen.

Artikel 2:298 BW vertrouwt het toezicht op het bestuur van een stichting aan de rechter toe, omdat een vorm van interne controle bij een stichting kan ontbreken. Een toezichthoudend orgaan is niet dwingend voorgeschreven. Stichtingen hebben bovendien geen leden (zie art. 2:285 BW) en geen aandeelhouders, waardoor een algemene vergadering eveneens ontbreekt. De rechtbank kan de bestuurder niet ambtshalve ontslaan. Dat kan uitsluitend op verzoek van een belanghebbende of het Openbaar Ministerie.[4] Bij de uitvoering van de in artikel 2:298 lid 1 BW neergelegde bevoegdheid is een belangrijke rol weggelegd voor de belanghebbende. Volgens de letterlijke tekst van de wet kan ‘iedere’ belanghebbende bij de rechtbank een verzoek tot ontslag van de bestuurder van een stichting indienen. Het Openbaar Ministerie kan dat ook. De praktijk leert echter dat het Openbaar Ministerie zelden gebruikmaakt van deze bevoegdheid.

Toekomstig recht – Wet bestuur en toezicht rechtspersonen Het wetsvoorstel Wet bestuur en toezicht rechtspersonen voorziet in een wettelijke grondslag voor de mogelijkheid tot instelling van een raad van commissarissen bij de stichting.[40] Tevens bevat het wetsvoorstel een verruiming van de gronden voor ontslag van een bestuurder (en commissaris) van een stichting. Het begrip belanghebbende wordt in het wetsvoorstel echter niet nader ingevuld. De memorie van toelichting[41] verwijst naar het Stichting IHD-arrest en vermeldt dat het wetsvoorstel geen verandering aanbrengt in de daarin geformuleerde maatstaf voor de invulling van het begrip belanghebbende.

Onder huidig recht kunnen de benoeming en het ontslag van een bestuurder statutair zijn toegekend aan een ander orgaan van de stichting, bijvoorbeeld een raad van toezicht.[42] Benoeming bij wijze van coöptatie komt echter veel voor.[43] Als de raad van commissarissen bij de stichting eenmaal een wettelijke grondslag heeft verkregen, zou de wijze waarop de bevoegdheden van een raad van commissarissen bij de stichting worden ingevuld, wel eens van invloed kunnen zijn op de reikwijdte van het begrip belanghebbende. In het geval de raad van commissarissen naast een adviserende functie ook de bevoegdheid heeft de bestuurder van de stichting te benoemen en te ontslaan, is het de vraag of verzoekers met een ‘lossere’ relatie met de stichting door de rechter in hun ontslagverzoek zullen worden ontvangen. De tijd zal het leren. Onder het huidige recht heeft de Hoge Raad duidelijkheid gecreëerd.

Via de weg van een ontslagvergunning van het UWV WERKbedrijf tot de ontbinding van de arbeidsovereenkomst door de kantonrechter, waarbij soms ook een “gouden handdruk” kan worden toegekend.Maar er is meer. Wat bijvoorbeeld te doen als een werknemer ziek is en de werkgever wil de betaling van het salaris stoppen? Of als een werkgever wil dat zijn werknemer op een andere locatie gaat werken, maar deze weigert dat? Of als de werknemer schade oploopt door een ongeval op de werkvloer? De werknemer wil part-time gaan werken maar de werkgever heeft liever één full-timer dan twee part-timers?

In al deze en nog veel meer andere situaties verleent Avinci Advocaten rechtsbijstand, van het opstellen en beoordelen van een arbeidsovereenkomst tot het begeleiden van een reorganisatie en van het voeren van onderhandelingen tot het voeren van procedures. Bron artikel: recht.nl, Openrecht.nl