Ontslag op staande voet na intensief sporten tijdens ziekte onterecht

Ontslag op staande voet na intensief sporten tijdens ziekte onterecht

22 oktober 2019

Ontslag op staande voet na intensief sporten tijdens ziekte onterecht

Van arbeidsongeschikte werknemers wordt verwacht dat zij geen activiteiten verrichten die het herstel kunnen belemmeren. Ook wordt uiteraard verwacht dat de bedrijfsarts correct wordt geïnformeerd over de klachten. De Rechtbank Rotterdam (uitspraak: ECLI:NL:RBROT:2019:5172) moest onlangs oordelen over een ontslag op staande voet van een arbeidsongeschikte werknemer die tijdens zijn arbeidsongeschiktheid veel meer bleek te kunnen en te doen dan hij bij de bedrijfsarts deed voorkomen.

Tijdens de uitvoering van werkzaamheden in de Rotterdamse haven, is de werknemer op 10 december 2018 geraakt door een container en voorover gevallen. Naar aanleiding daarvan heeft hij zich ziek gemeld en is de bedrijfsarts ingeschakeld. De werknemer werd steeds door zijn vader gereden en liet de bedrijfsarts weten dat hij forse beperkingen had bij bewegen, zijn linkerarm niet te kunnen gebruiken en geen auto te kunnen rijden.

Zijn werkgever vertrouwde het niet en schakelde een bedrijfsrecherchebureau in om te onderzoeken of de werknemer daadwerkelijk deze klachten ondervond. Dit onderzoek heeft een maand geduurd (12 februari tot 12 maart). Uit dit onderzoek bleek dat de werknemer veel meer kon dan hij deed voorkomen. Zo was onder andere waargenomen dat de werknemer met herhaling met zware gewichten trainde, roeide, aan crosstraining deed en zichzelf meerdere malen optrok aan een stang. Daarnaast deed hij aan hardlopen en is meerdere malen gezien dat de werknemer zelfstandig in een auto reed.

Naar aanleiding van deze bevindingen heeft het bedrijfsrecherchebureau op 14 maart een gesprek gehad met de werknemer. De werknemer hield vol dat hij niet kon tillen, al sinds 10 december geen auto meer reed en de hele dag opgesloten zat in zijn kamer. Sporten kon hij niet, aldus de werknemer.

Geconfronteerd met de bevindingen van het bedrijfsrecherchebureau moest hij toch erkennen dat hij heeft geprobeerd om te sporten, maar dat hij nog last had. Verder bleef hij bij zijn verklaring met de aanvulling dat hij door de werking van zijn medicijnen misschien dingen heeft verklaard die niet helemaal overeenstemden met de waarheid.

De werkgever heeft de werknemer hierop op staande voet ontslagen wegens het onterecht voorwenden van arbeidsongeschiktheid, althans de mate daarvan, en het moedwillig niet naar waarheid verklaren. De werknemer accepteerde dit ontslag op staande voet niet en vorderde vernietiging van het ontslag.

Avinci Logo

Hoewel bovenstaande feiten gevoelsmatig een ontslag op staande voet waard zijn, oordeelde de kantonrechter toch anders. Volgens de kantonrechter had het namelijk op de weg van de werkgever gelegen om voorafgaand aan de inschakeling van het bedrijfsrecherchebureau, maar in ieder geval na de eerste bevindingen, de werknemer schriftelijk te waarschuwen en/of een deskundigenoordeel aan te vragen bij het UVW met de vraag (i) of en zo ja in hoeverre de werknemer arbeidsongeschikt was en (ii) hij voldoende meewerkte aan zijn re-integratie. De werkgever had ten onrechte niet eerst gebruik gemaakt van minder verstrekkende arbeidsrechtelijke middelen, zoals een loonstop, en te snel gegrepen naar het middel van ontslag op staande voet, aldus de kantonrechter. Kortom, het ontslag op staande voet was prematuur. Het ontslag werd vernietigd. Wel werd de arbeidsovereenkomst alsnog per 1 juli 2019 ontbonden op grond van een verstoorde arbeidsverhouding, maar had de werknemer wel recht op de transitievergoeding.

Heeft u vragen over ontslag of arbeidsrecht? Raadpleeg dan onze specialist en advocaat Arthur Hansen.

Bekijk deze andere sites ook:

Ontslag op staande voet na intensief sporten tijdens ziekte onterecht