Omstreden Auteursrechtrichtlijn aangenomen

Omstreden Auteursrechtrichtlijn aangenomen

2 augustus 2019

Er komen nieuwe uitzonderingen op het auteursrecht. Zo wordt het bijvoorbeeld in bepaalde situaties mogelijk om kopieën van werken en ander beschermd materiaal te maken voor tekst- en datamining zonder voorafgaande toestemming van rechthebbenden en zonder betaling van een vergoeding. Ook kunnen collectieve beheersorganisaties toestemming gaan geven aan instellingen voor cultureel erfgoed om auteursrechtelijk beschermde werken, zoals boeken, uit hun collectie te gebruiken die niet langer in de handel verkrijgbaar zijn. Verder introduceert de richtlijn het zogeheten persuitgeversrecht en wordt de aansprakelijkheid voor platformaanbieders zoals YouTube geregeld.

Europees Auteurscontractenrecht

Auteurs bevinden zich ten opzichte van exploitanten in een zwakke contractuele positie als zij licenties verlenen of hun auteursrecht overdragen voor het gebruik van hun werk. Want wat is de (toekomstige) waarde. Freelance journalisten hebben dan ook informatie nodig om de economische waarde van hun rechten in te schatten tegenover de vergoeding die zij ontvangen voor de licentie of overdracht.

Exploitanten, waaronder uitgevers, worden daarom verplicht tijdige, passende en toereikende informatie te verstrekken over de exploitatie van de werken van auteurs. Daarbij moet inzage worden verschaft over de wijze van exploitatie, de voortgebrachte inkomsten en de verschuldigde vergoeding. Deze transparantieplicht geldt niet als de administratieve lasten onevenredig zijn of bij een niet significante bijdrage. Met de invoering van deze transparantieplicht zet de Europese Commissie een eerste stap richting een Europees Auteurscontractenrecht.

Persuitgeversrecht

Naast bescherming en versterking van de positie van freelance journalisten, kent de richtlijn aan uitgevers een nieuw recht toe; het zogenaamde persuitgeversrecht (artikel 11). Dit recht geldt voor digitaal gebruik van perspublicaties. De richtlijn bepaalt expliciet dat dit persuitgeversrecht géén afbreuk mag doen aan de rechten van freelance journalisten, die recht hebben op een passend deel van de inkomsten die de uitgevers via dit recht verkrijgen.

Het idee achter het persuitgeversrecht is dat uitgevers op grond van dit recht licenties kunnen verlenen aan – en inkomsten verkrijgen van – Google en Facebook voor het online hergebruik van (delen) van nieuwsberichten en artikelen. Of deze platforms nu gaan betalen voor nieuwsaggregatie is maar zeer de vraag. De ervaring in Duitsland, waar zo’n recht al langer bestaat, leert van niet. Eveneens is het maar zeer de vraag of de platforms daar nu toe verplicht worden, want de wettelijke beperking op het auteursrecht dat nieuwsaggregatie mogelijk maakt – het citaatrecht – is ook van toepassing op het persuitgeversrecht.

Uploadfilter

De richtlijn bevat ook een bepaling die digitale platforms zoals Facebook en YouTube verplicht beschermingsmaatregelen te treffen tegen ongeautoriseerd gebruik van auteursrechtelijk beschermd materiaal, de zogenaamde  ‘uploadfilter’ (artikel 13). Deze platforms worden nu zelf aansprakelijk voor materiaal dat gebruikers uploaden. De richtlijn bepaalt dat deze platforms afspraken moeten maken met rechthebbenden voor het gebruik van hun werk. Het doel van deze maatregel is dat makers zoals fotografen, muzikanten en filmproducenten  meedelen in het geld dat Facebook en YouTube verdienen met hun materiaal.

Het persuitgeversrecht en het uploadfilter zijn zeer omstreden omdat sommigen vrezen dat het vrije internet onder druk komt te staan. De richtlijn treedt pas in werking als de Raad van Ministers ermee instemt, wat zeer waarschijnlijk zal gebeuren. Daarna krijgen lidstaten twee jaar de tijd om de richtlijn om te zetten in nationale wetgeving.

De belangrijkste wetten
Handelsnaamwet: Beschermt (een deel) van de naam van de onderneming.
Auteurswet: Biedt bescherming op het gebied van vormgeving van een merk en eventueel op andere zaken waarmee je je als bedrijf onderscheidt van anderen. Het gaat hier bijvoorbeeld om:
  • een logo dat niet gebruikt wordt voor een product of dienst, maar voor een onderneming;
  • een naam die niet voor een onderneming, maar voor een andere organisatie gebruikt wordt;
  • een slagzin;
  • een interieur van een winkel;
  • de opmaak van een advertentie;
  • de vormgeving of inhoud van een brochure.

U heeft tijd, moeite en geld gestoken in het ontwerp van uw producten, de logo’s die u gebruikt en de handelsnaam die u voert. Deze zaken onderscheiden u dan ook van uw concurrenten en u wilt ze graag exclusief houden. Niets is zo vervelend als een concurrent die meelift op uw inspanningen. De wetgever heeft daarom een aantal intellectuele eigendomsrechten in het leven geroepen die uw geestelijke inspanning beschermen en oneerlijke concurrentie te voorkomen: het merkenrecht, modellen-recht, auteursrecht en handelsnaamrecht geven hiertoe tal van mogelijkheden. Avinci Advocaten kan u bijstaan als u meent dat een concurrent goede sier maakt met uw intellectuele eigendommen, maar ook als iemand meent dat u inbreuk maakt op zijn rechten.

Ook als er geen sprake is van een geschil kan Avinci Advocaten u helpen. Bijvoorbeeld bij het maken van geheimhoudings-overeenkomsten als u voorafgaand aan een samenwerking met een partner exclusieve informatie aan deze beoogde partner gaat verstrekken. Of door een licentie- of exploitatieovereenkomst als u anderen onder bepaalde voorwaarden het recht wilt geven om van uw intellectuele eigendommen gebruik te maken.Voor meer informatie neemt u contact met ons op, of bezoekt u onze thema site over intellectueel eigendom.

Avinci Rotterdam – Oudehoofdplein 4 – 3011 TM Rotterdam – T: 010 4777 755 E: Info@Avinci.nl

De Beneluxmerkenwet: Beschermt een naam of logo, of zelfs een bepaalde kleur of vorm van een product.
Bron:Intellectuele eigendom update   MKB

Omstreden Auteursrechtrichtlijn aangenomen, bron: recht.nl, nvj