Horecavergunningen en transparantie-eisen: wat moet u weten?

Horecavergunningen en transparantie-eisen: wat moet u weten?

1 juli 2019

Horecavergunningen en transparantie-eisen: wat moet u weten?

De voorzieningenrechter van de Rechtbank Amsterdam heeft geoordeeld dat het weigeren van een exploitatievergunning voor een café vanwege het ‘levensgedrag’ van de exploitant mogelijk strijdig is met de Dienstenrichtlijn. Het levensgedrag als criterium komt vaker in gemeentelijke verordeningen voor. Wat zijn de gevolgen voor de praktijk?

In dit artikel geven we u de checklist horecavergunningen, gekoppeld aan de transparantie-eisen die nuttig zijn voor de praktijk.

Avinci advocaten zijn zeer betrokken bij de Rotterdamse horeca ondernemers, en heeft zich toegelegd op de rechtsgebieden waarmee zij te maken hebben: de horeca ondernemer heeft namelijk met vele rechtsgebieden tegelijk te maken. Maar daarvoor heeft hij geen tijd, en soms ook niet de kennis, immers staat hij al van jongs af aan achter de toog. Dan is het goed dat er de Bedrijfsadvocaat is: de horeca-advocaat bij uitstek voor het Rotterdamse.

Heeft u een vraag over dit onderwerp of bent u bent benieuwd wat wij voor u kunnen betekenen? Neem dan gerust contact op.

Welke vergunningen heb je nodig in de horeca? Iedereen die een café, lunchroom of eettent wil beginnen, moet een aantal verplichte vergunningen aanvragen. Met deze checklist horecavergunningen zit je gebakken.

1. DrankvergunningJe gaat een horecabedrijf starten of je wilt nog een zaak openen. Een plek ‘waar alcoholhoudende dranken voor gebruik ter plaatse worden geschonken’. Dan moet je in ieder geval voldoen aan de Drank- en Horecawet.

Zo moet je in het bezit zijn van één van deze verklaringen:

  • de ‘SVH Verklaring Sociale hygiëne’
  • ‘Verklaring Vakbekwaamheid afgegeven op artikel 41’ .

SVH Sociale Hygiëne

Het examen SVH Sociale Hygiëne wordt afgenomen door SVH. Houd er rekening mee dat op deze vergunning straks minimaal twee personen vermeld moeten staan die ieder in het bezit zijn van de SVH Verklaring Sociale hygiëne.

2. Exploitatievergunning horeca

Soms heb je ook een ‘exploitatievergunning horecabedrijf’ van de gemeente nodig. Deze voorwaarden hebben te maken met openbare orde en veiligheid en staan in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) vermeld.

Je kunt de exploitatievergunning horecabedrijf digitaal aanvragen met de berichtenbox van de overheid.

Let wel! Besluit je op een later moment om een terras te gaan exploiteren of van  rechtsvorm te veranderen, dan moet je de huidige exploitatievergunning wijzigen of een nieuwe vergunning aanvragen.

3. Bestemmingsplan

Het bestemmingsplan is gemeentelijk bepaald en geeft voor een specifiek stuk grond aan wat er aan deze ruimte mag worden veranderd. Zo staat hier bijvoorbeeld in vermeld of op deze plek een horecaonderneming mag komen. Ook lees je de maximale hoogte en breedte van het bouwwerk in kwestie. Daarnaast kun je te maken krijgen met structuurvisies, waarin de gemeenten en provincies een beschrijving geven van mogelijke ruimtelijke ontwikkelingen. Die kunnen impact hebben op jouw plannen.

4. Omgevingsvergunning: bouw

Stel, je wilt jouw vestiging bouwen, volledig renoveren of een opknapbeurt geven. Dan heb je vaak een omgevingsvergunning voor bouwen nodig. Deze vergunningen worden verstrekt door jouw gemeente.

5. Omgevingsvergunning: brandveiligheid

Voor het brandveilig gebruiken van een gebouw of ander bouwwerk, moet je (wettelijk verplicht) een aantal maatregelen nemen. Daarbij moet je je altijd houden aan de algemene voorschriften uit het Besluit brandveilig gebruik bouwwerken.

Voor de meer risicovolle soorten gebruik (zoals bij een hotel) is het bovendien nodig om een ‘omgevingsvergunning voor brandveilig gebruik’ aan te vragen of een gebruiksmelding te doen.6. Milieuvergunning

Onderdeel van de omgevingsvergunning is de milieuvergunning. Als jouw horecabedrijf het milieu niet of weinig belast, val je voor de overheid onder het zogenoemde lichte regime. In dit geval moet je je houden aan de algemene regels van het Activiteitenbesluit.Maar er zijn ook bedrijven die het milieu zwaar belasten door bijvoorbeeld uitstoot of productie van gevaarlijke stoffen. Zij moeten hun bedrijfsactiviteiten dan melden bij de gemeente.Een horecabedrijf valt overigens over het algemeen niet in deze tweede categorie. De kans dat je hiervoor geregeld contact moet zoeken met jouw gemeente, is dus vrij klein.

7. Terrasvergunning horeca

Voor het plaatsen van een terras, op je eigen terrein of in de openbare ruimte, heb je in de meeste gemeenten een terrasvergunning nodig.Het gebruik van een terras mag nooit schade toebrengen aan de weg, gevaar opleveren voor weggebruikers of een belemmering vormen voor het beheer en onderhoud van de weg.

8. Hygiënecode

Horecabedrijven werken volgens de regels van de Hygiënecode. In deze code worden processen beschreven die kenmerkend zijn voor horecabedrijven. Bedrijven die met levensmiddelen werken, moeten dit op hygiënische wijze doen.

HACCP

Daarvoor is via Europese regelgeving een uitgebreide norm opgesteld: de HACCP. Deze norm geldt voor alle levensmiddelenbedrijven. De code in zijn geheel is goedgekeurd door het ministerie van VWS.Let op, er zijn uitzonderingen!

  • Voor ijsbereiders is er een aparte code.
  • Voor bereiders van bijvoorbeeld sushi, wildvlees of shoarma en döner gelden aanvullende regels.

Maar er is natuurlijk meer! Avinci Advocaten kwam deze rechtzaak tegen waarbij het “levensgedrag” van de exploitant van het horecabedrijf de rechter deed beslissen om een horecavergunning te weigeren. Lees hieronder meer:

De APV van de gemeente Amsterdam bepaalt dat de burgemeester het verlenen van een (verlenging van een) exploitatievergunning voor een horecabedrijf kan weigeren indien dat horecabedrijf het woon- en leefklimaat, de openbare orde of de veiligheid nadelig zou beïnvloeden. Bij die weigering kan de burgemeester onder meer rekening houden met “het levensgedrag van de exploitant of leidinggevende” van het horecabedrijf.

Op basis van die bepaling heeft de burgemeester geweigerd een exploitatievergunning te verlenen. Dit vanwege criminele antecedenten van één van de leidinggevenden van het café. Hij is onder meer gedagvaard voor een overval op een woning, heeft een geldboete van 650 euro en een ontzegging van de rijbevoegdheid opgelegd gekregen wegens een verkeersovertreding en is in het verleden veroordeeld wegens geweldsdelicten.

De exploitanten van het café zijn het niet eens met dit besluit en wijzen erop dat de hantering van  het criterium “levensgedrag van de exploitant of leidinggevende” in strijd is met de Dienstenrichtlijn.

Welke eisen stelt de Dienstenrichtlijn?

De Dienstenrichtlijn heeft een ruim toepassingsbereik.  De Dienstenrichtlijn heeft tot uitgangspunt dat de toegang tot en het uitoefenen van een dienstenactiviteit niet afhankelijk wordt gesteld van een vergunningenstelsel. Een vergunningenstelsel is in verband met de vrijheid van vestiging in beginsel dan ook niet toegestaan, tenzij wordt voldaan aan (i) het beginsel van non-discriminatie, (ii) het stelsel gerechtvaardigd is om een dwingende reden van algemeen belang en (iii) die reden evenredig is. Als een vergunningenstelsel op basis van die criteria toegestaan, dan bepaalt de Dienstenrichtlijn vervolgens dat de criteria waaronder de vergunning kan worden verleend eveneens aan diverse vereisten moeten voldoen: ook deze criteria moeten non-discriminatoir, gerechtvaardigd om een dwingende reden van algemeen belang en evenredig zijn, en moeten daarnaast duidelijk, ondubbelzinnig, objectief, vooraf en openbaar bekendgemaakt, transparant en toegankelijk zijn.

Levensgedrag van de exploitant is geen duidelijk, ondubbelzinnig, transparant en objectief criterium

Hieruit volgt volgens de voorzieningenrechter dat voor een dienstverrichter onvoldoende duidelijk is op welke wijze het criterium “levensgedrag van de exploitant of leidinggevende” wordt ingevuld. Daarom wordt mogelijk niet voldaan aan de eisen die de Dienstenrichtlijn aan vergunningscriteria stelt. Omdat de weigering van de vergunning volledig is gebaseerd op het levensgedrag van de exploitant van het café, bepaalt de voorzieningenrechter dan ook dat het bestreden besluit wordt geschorst.

Wat betekent deze uitspraak voor de praktijk?

Deze uitspraak bevestigt de lijn die de voorzieningenrechter van de rechtbank Midden-Nederland reeds had ingezet. Ook die oordeelde recent namelijk dat het in de Horecaverordening Utrecht 2018 opgenomen vereiste dat leidinggevenden van een horecabedrijf niet in enig opzicht van slecht levensgedrag mogen zijn, mogelijk strijdig is met de Dienstenrichtlijn.

Indien de Afdeling de lijn van de voorzieningenrechters zou volgen, zou dat grote gevolgen voor de vergunningverlening voor horecabedrijven en zouden zowel de Drank- en horecawet als veel gemeentelijke APV’s nadere precisering behoeven. Daarbij komt dat het levensgedrag van exploitanten of leidinggevenden in APV’s gebruikt wordt voor vergunningen van een andere ondernemingen dan horecabedrijven (bijvoorbeeld speelgelegenheden, evenementen).

Nu dit criterium door lagere rechtspraak op losse schroeven staat, is het aan de Afdeling om een knoop door te hakken. Ondertussen is het duidelijk dat de Dienstenrichtlijn een stempel drukt op het juridische debat in Nederland.

Horecavergunningen en transparantie-eisen: wat moet u weten? Bron: Rabo, Stibbe, Antwoordvoor bedrijven, HCV, Ik gastarten, ondernemersplein, recht.nl