Geniet een vrijwilliger dezelfde bescherming als een werknemer?

Geniet een vrijwilliger dezelfde bescherming als een werknemer?

10 mei 2018

Werknemers genieten extra bescherming door de wet. Als een werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden schade lijdt, is het aan de werkgever om te bewijzen dat zij haar zorgvuldigheidsverplichting jegens de werknemer is nagekomen. Deze omkering van de bewijslast is ten gunste van de werknemer. De zorgplicht van de werkgever ingevolge artikel 7:658 BW geldt niet alleen voor werknemers, maar op grond van artikel 7:658 lid 4 BW óók voor personen die zich in een positie bevinden die vergelijkbaar is met die van een werknemer. Hierbij valt te denken aan stagiaires, uitzendkrachten, vrijwilligers en in sommige gevallen genieten ook ZZP’ers extra bescherming.
Op 14 december 2012 heeft de rechtbank Utrecht (LJN: BZ1412) echter geoordeeld dat een vrijwilliger niet automatisch onder de bescherming van artikel 7:658 lid 4 BW valt. In casu betrof het een vrijwilliger van een scoutingvereniging welke letsel had opgelopen tijdens een outdoor-activiteit. De kernvraag was of de scoutingvereniging eenzelfde zorgplicht had jegens de vrijwilliger, zoals ook een werkgever deze heeft jegens zijn werknemer.
De rechtbank oordeelde dat de scoutingvereniging niet deze vergelijkbare zorgplicht had jegens de vrijwilliger en overwoog hiertoe als volgt:

  •        Er was geen sprake van beroepsmatige of bedrijfsmatige activiteiten door de scoutingvereniging. De scoutingvereniging had geen economisch voordeel van de activiteiten omdat de vereniging zich uitsluitend bezig hield met vrijetijdsbesteding. De activiteiten in dit kader werden bepaald alsmede georganiseerd door de vrijwilligers van de scoutingvereniging.
  •       De verhouding werkgever-werknemer is normaliter een relatie waaruit een sterke gezagsverhouding voortvloeit, maar als een ‘meerdere’ ontbreekt is er doorgaans geen gezagsverhouding aanwezig. Volgens de rechtbank ontbrak in onderhavig geval de gezagsverhouding nu alle leden vrijwilligers waren.

Ondanks dat de rechtbank oordeelde dat de vrijwilliger geen bescherming genoot op grond van artikel 7:658 lid 4 BW, is zij desondanks van toch van mening dat de scoutingvereniging aansprakelijk is jegens de vrijwilliger op grond van een onrechtmatig handelen. De rechtbank overwoog hierbij dat het bestuur van de scoutingvereniging de leden heeft laten omgaan met materialen die onvoldoende veilig waren, dat zij geen instructies heeft gegeven omtrent het veilig gebruik van de materialen en geen toezicht heeft gehouden op het gebruik ervan. Op grond van vorenstaande werd de scoutingvereniging aansprakelijk geacht, waarbij voorts gekeken moest worden naar de eigen schuld van de vrijwilliger. De rechtbank oordeelde dat er aan de zijde van de vrijwilliger sprake was van 10%  eigen schuld. Dat houdt in dat 10% van de schade voor rekening van de vrijwilliger zelf blijft en dat 90% van de schade door de scoutingvereniging vergoed moet worden.

Contact

[alert color=”green”] Heeft u een vraag over dit onderwerp of bent u benieuwd wat wij voor u kunnen betekenen, bel dan met 010-477 77 55, stuur een twitterbericht  @Avinci_law , of stuur e-mail naar  info@avinci.nl. [/alert]