Een hennepkwekerij of een hennepknipperij rechtvaardigt niet per definitie een ontbinding van de huurovereenkomst.

Een hennepkwekerij of een hennepknipperij rechtvaardigt niet per definitie een ontbinding van de huurovereenkomst.

6 mei 2018

In veel gevallen zal een rechter die geconfronteerd wordt met een verhuurder die een huurder vanwege hennep zijn huis wil uitzetten in het voordeel van de verhuurder beslissen. Zelfs als er geen hennep aanwezig is, maar wel de middelen om het te kweken, kan dit al aanleiding zijn om de huurder op straat te zetten.
Uit de gepubliceerde jurisprudentie van gerechtshoven volgt, dat ook een hennepkwekerij van geringe omvang tot ontbinding van de huurovereenkomst kan leiden. Verwezen wordt naar de arresten van het hof ’s-Hertogenbosch van 22 november 2011, LJN BU6394 (13 hennepplanten op het dak van de carport), 20 december 2011, LJN BU9198 (7 hennepplanten in de berging), 4 december 2012, LJN BY5164 (in totaal 9 hennepplanten) en het arrest van hof Arnhem 8 januari 2008, LJN BC8071 (9 hennepplanten in een schuurtje). In al deze gevallen werd tot ontbinding van de huurovereenkomst besloten, ondanks het geringe aantal hennepplanten.
Verhuurders voeren onder verwijzing van deze rechtspraak vaak aan dat iedere hennepkwekerij/ knipperij overlast veroorzaakt, een nadelige invloed heeft op de uitstraling en leefbaarheid van de woonomgeving en een gevaar voor de omgeving oplevert. Op die gronden wordt dan ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde gevorderd. Vergeten wordt dat de rechter te allen tijde een belangenafweging moet maken. Het belang van verhuurder bij ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning, vanwege de vervelende gevolgen van een hennepkwekerij/- knipperij, moeten worden afgewogen tegen het (woon)belang van de huurder. De verhuurder moet het belang dan ook deugdelijk onderbouwen.
Recent heeft de kantonrechter van de rechtbank ’s Hertogenbosch dit weer bevestigd. Door verhuurder werd aangevoerd dat een hennepknipperij als onderdeel van een hennepkweek-proces, overlast kan veroorzaken en een nadelige invloed heeft op de uitstraling en leefbaarheid van de woonomgeving. Waaruit deze overlast dan zou kunnen bestaan is door verhuurder niet nader omschreven. Voor de stelling dat een hennepknipperij onderdeel uitmaakt van een hennepkweekproces en dat dit tot indirecte schade en verloedering van de wijk kan leiden, verwijst verhuurder ondermeer naar de jurisprudentie. Deze stelling gaat de kantonrechter te ver.
Het inrichten van (een deel van) een huurwoning als hennepknipperij levert niet automatisch een grond op om de huurovereenkomst te ontbinden, aldus de rechter. Hij maakte in deze casus een duidelijk onderscheid tussen een hennepkwekerij en hennepknipperij. Door de aanleg van een kweekinstallatie vinden bij een hennepkwekerij vernielingen plaats in de woning. Bovendien neemt daardoor de kans op brand en/of waterschade toe, met alle gevaren van dien voor de buren en de verzekerbaarheid van het woningbezit. Deze schade en verhoogd risico doen zich in geval van een hennepknipperij niet per definitie voor, oordeelde de rechter.
De kantonrechter is dan ook van oordeel dat de gestelde toerekenbare tekortkoming van de verplichtingen uit hoofde van de huurovereenkomst van de zijde van verhuurder in rechte niet is komen vast te staan en, voor zover deze al in rechte zou komen vast te staan, geenszins de gevorderde ontbinding en ontruiming rechtvaardigt.
Bron: Rechtbank ’s Hertogenbosch, 21 februari 2013, LJN BZ2665 (o.a.)

Contact

[alert color=”green”] Heeft u een vraag over dit onderwerp of bent u benieuwd wat wij voor u kunnen betekenen, bel dan met 010-477 77 55, stuur een twitterbericht  @Avinci_law , of stuur e-mail naar  info@avinci.nl. [/alert]