Ondernemer mag oude handelsrelatie vertrouwen

Ondernemer mag oude handelsrelatie vertrouwen

6 juni 2019

 

Hof Arnhem-Leeuwarden stelt vast dat btw-ketenfraude vaak plaatsvindt bij een kortdurende intensieve handel met een bepaalde afnemer, die vervolgens wordt vervangen door een andere afnemer. Een ondernemer die gedurende lange tijd handelt met dezelfde afnemer, hoeft minder kritisch te zijn in de controle op btw-fraude.

Op grond van Unierecht moet de Belastingdienst de toepassing van het nultarief accepteren als voldaan is aan de daartoe vereiste materiële voorwaarden. Aan deze materiële voorwaarden is voldaan als goederen zijn vervoerd naar een andere lidstaat en de afnemer deze goederen verwerft in zijn hoedanigheid van btw-ondernemer. De fiscus mag echter de toepassing van het nultarief wel weigeren als:

  • niet is voldaan aan de formele voorwaarden, waardoor niet valt te controleren of is voldaan aan de materiële voorwaarden; of
  • sprake is van een keten waarin btw-fraude plaatsvindt en de belastingplichtige weet of had moeten weten dat hij hieraan deelnam.

Wie langer zaken doet met een handelspartner, hoeft minder alert te zijn op BTW-fraude dan bij een relatief onbekende relatie. Dat heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden bepaald in een recente uitspraak over de intracommunautaire levering van auto’s.

Een fiscale eenheid van twee BV’s, bestaande uit een holding en een groothandel in personen- en bestelauto’s, krijgt voor de periode 2006-2010 een naheffingsaanslag voor de omzetbelasting van een kleine € 2 miljoen. Die wordt na bezwaar verminderd tot zo’n € 1,5 miljoen. Maar de BV’s zijn het er nog niet mee eens en stappen naar de rechter, die de lezing van de Belastingdienst bevestigt. Ze tekenen beroep aan.

Intracommunautair geleverd

De fiscale eenheid heeft in 2007 een Estische rechtspersoon opgericht. De aandeelhouder van de holding en een boekhouder die voor het bedrijf werkt, worden tot bestuurder benoemd. Drie jaar later worden ze weer uitgeschreven. Er zijn in de tussenliggende periode diverse auto’s verkocht aan of door tussenkomst van een Est, die de auto’s vanaf zijn eigen bankrekening of contant betaalt. Op de facturen is 0% omzetbelasting berekend, de transacties zijn aangemerkt als intracommunautaire levering. Afnemers zijn blijkens de facturen een Estisch bedrijf en (na 1 januari 2008) het eigen aldaar opgerichte bedrijf. Die hebben geen melding gemaakt van intracommunautaire verwervingen en daarmee omzetbelasting ontlopen.

Uitzonderingen op nultarief

Het hof stelt vast dat geen belasting geldt voor leveringen van goederen aan een andere lidstaat, wanneer deze goederen aldaar zijn onderworpen aan heffing van belasting ter zake van intracommunautaire verwerving van die goederen. Het nultarief mag in beginsel niet worden geweigerd als de goederen naar een andere lidstaat zijn vervoerd en dat de afnemer deze als belastingplichtige heeft verworven. Een uitzondering geldt echter als niet kan worden gecontroleerd of aan de materiële voorwaarden is voldaan én als de belastingplichtige wist of had moeten weten dat hij deelnam aan een keten waarin BTW‑fraude werd gepleegd.

De Belastingdienst stelt dat volstrekt onduidelijk is wanneer en door wie of in wiens opdracht en onder welke omstandigheden de auto’s naar het buitenland zijn vervoerd. Maar daarmee is het hof het niet eens, voor zover het gaat om de periode vóór 1 januari 2008: de auto’s zijn afgenomen door een belastingplichtige. ‘Het gaat om zulke aantallen dat de afnemer BTW was verschuldigd wegens een intracommunautaire verwerving in de lidstaat van aankomst.’

Naheffing deels onterecht

Vanaf 2008 was sprake van een handelsketen met ten minste drie deelnemers, concludeert het hof. Dat waren de fiscale eenheid, de Estische dochter en de tussenpersoon. In alle gevallen is het dochterbedrijf de koper geweest. Door de groothandel is de beschikkingsmacht in Nederland aan de tussenpersoon overgedragen. ‘Dit betekent dat de leveringen door belanghebbende aan het Estische dochterbedrijf niet als intracommunautaire levering kunnen worden aangemerkt.’ Omdat het binnenlandse leveringen zijn, is het algemene BTW-tarief van toepassing. Voor de leveringen aan de dochter is daarom terecht een naheffingsaanslag opgelegd.

Geen bewijs voor wetenschap van fraude

Dat er sprake was van BTW-fraude, staat niet ter discussie. De Belastingdienst vindt dat de groothandel had moeten weten dat zij deelnam aan een keten waarin die fraude werd gepleegd. Maar dat kan de fiscus niet aannemelijk maken, vindt het hof. ‘Om te beginnen staat vast dat [de tussenpersoon] ook betrokken is geweest bij de aanschaf van auto’s in Nederland bij andere handelaren.’ De groothandel had niet behoren te weten dat in Estland geen intracommunautaire verwervingen zijn aangegeven. ‘Belanghebbende is weinig kritisch geweest bij het controleren van de identiteit van de afnemer en de volmacht van [de tussenpersoon], maar voor de conclusie dat belanghebbende hierbij had moeten denken aan grootschalige BTW‑fraude in Estland heeft de inspecteur onvoldoende aanwijzingen aangedragen.’

Kortstondige handelsrelatie niet aan de orde

Er is jarenlang handel gedreven en er is geen melding geweest van een mismatch tussen de leveringen en de verwervingen, overweegt het hof. ‘Een kenmerk van BTW-fraude is vaak dat gedurende een korte tijd intensief handel wordt gedreven met een bepaalde persoon, die daarna wordt vervangen door een andere persoon, en zo voort. De opvolgende handelspartners plegen te verdwijnen met achterlating van een aanzienlijke BTW-schuld aan de belastingautoriteiten. Dit is allemaal niet aan de orde in de onderhavige zaak.’ De naheffingsaanslag voor leveringen tot 1 januari 2008 aan de tussenpersoon is daarom ten onrechte opgelegd.

Lees hier de gehele uitspraak ECLI:NL:GHARL:2019:4274

In ieders leven spelen contracten een grote rol. U maakt als particulier afspraken over de koop van een huis of een auto. Als ondernemer maakt u afspraken met een handelspartner over leveringen, samenwerking of de automatisering van uw bedrijf. Bij al dergelijke contracten kan Avinci Advocaten u van dienst zijn. Niet alleen kunnen wij meedenken over de inhoud van de afspraken die u contractueel wil vastleggen en zoveel mogelijk valkuilen ontwijken, soms is ook de vorm waarin de contractuele afspraken worden gegoten van belang en geeft de wet verplicht aanvullende regels. Dit is bijvoorbeeld het geval bij de agentuurovereenkomst en de financial lease overeenkomst. Avinci Advocaten helpt u problemen te voorkomen en de afspraken die u heeft gemaakt eenduidig op papier te zetten.

In veel gevallen worden algemene voorwaarden gebruikt als aanvulling op deze afspraken, de spreekwoordelijke “kleine letters”. Met de juiste algemene voorwaarden kunnen problemen in de toekomst worden voorkomen. Het is dan ook van groot belang dat de algemene voorwaarden met veel zorgvuldigheid en aandacht worden opgesteld en gelezen. Avinci Advocaten kan u daarin adviseren door de algemene voorwaarden te toetsen en zonodig aan te passen of zelf op te stellen.

En mocht het ondanks alle voorzorgen toch nog mislopen met uw contractspartner, dan staat Avinci Advocaten u graag terzijde bij het oplossen van een conflict. In eerste instantie door te proberen in onderling overleg tot een acceptabele oplossing te komen. Mocht dat niet lukken en is de gang naar de rechter niet te vermijden, dan strijdt Avinci Advocaten voor het maximale resultaat. Binnen kantoor is veel kennis over en ervaring in het procesrecht aanwezig zodat u veilig langs de klippen van een procedure wordt geloodst.

Ondernemer mag oude handelsrelatie vertrouwen, bron recht.nl, taxence, accountantsvanmorgen